De 7 mooiste Costa Rica natuur parken en ervaringen. Costa Rica is beroemd om zijn schitterende tropische natuur maar ook om zijn aarbeikikkers en vleermuizen.

1Tortuguero | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Tortuguero

Tortuguero is een van de meest bezochte natuurparken van Costa Rica. Het oerwoud ligt in laagland aan de Caribische kust.

Er zijn in Tortuguero bijna geen wegen en er is maar een plaatsje, Tortuguero. Dit dorpje aan zee is het knooppunt van waaruit je het park verder per boot verkent.

Tortuguero wordt wel de Amazone van Costa Rica genoemd, omdat de jungle vol zit met slingerende kanalen. Het water is zo glad en stil, dat de bomen en planten weerspiegeld worden. Het woud vormt een ondoordringbare wand van reuzenbamboe, bananenplanten, palmen en tropische bomen met steunwortels.

Tussen de bomen is elk plekje opgeëist door planten die elkaar uit de weg duwen. Het lijkt alsof je door een toverkijker vaart, waarbij boven en onder hetzelfde eruitzien. Het water staat hoog, het heeft lang geregend. Het is allemaal zo nat dat de bomen en planten nog maar net het hoofd boven water houden.

Tortuguero lijkt te twijfelen of het nou land is, of water. Met een luchtvochtigheid van bijna 100 procent is het een van de natste plekken op aarde. Zodra het begint te schemeren, klinkt er een koor van insecten en kikkers.

Eentje klinkt als een kinderxylofoon, met een helder getinkel: ping, ping. Hij krijgt antwoord van zijn soortgenoten, eentje links en eentje rechts. Door het bos klinkt het gezoem van krekels en het gedreun van de golven van de Caribische zee. Soms vallen de dieren stil en dan lijkt het alsof ik doof ben geworden, zo stil is het.

In deze drijfnatte groene hel leven de meest schattige dieren die je je kan voorstellen. Tortuguero is een van de hoogtepunten van het land, dankzij de vele kikkertjes die hier leven. In Costa Rica komen zo’n 180 verschillende kikkersoorten voor.

De meeste kikkers zijn nachtdieren. Ze worden pas rond zonsondergang actief. Overdag verstoppen ze zich, zodat ze nog moeilijker te vinden zijn. Van al die verschillende soorten kikkers zijn er zeven giftig: de zogenoemde gifpijlkikkers.

Aardbeikikker van Costa Rica

Costa Rica natuur aardbeikikker

De aardbeikikker is daar een van. Zoals de naam al een beetje verraadt, is de kikker rood, aardbeirood. Echt gecamoufleerd, zoals de doorzichtige glaskikker, kun je hem daarom niet noemen. Die moet toch makkelijk te vinden zijn in een groene jungle.

Maar niets is minder waar. De aardbeikikker is namelijk maar twee centimeter.

Sommige kikkers zijn nog kleiner. Daar heb je helemaal een loep voor nodig. Ik ga de volgende morgen op stap met natuurgids Ricardo, twee laarzen en een kapmes. We soppen ons een weg door het bos.

„Wist je dat er ook aardbeikikkers met blauwe jeans bestaan?”, vertelt gids Ricardo, terwijl we de jungle in baggeren. „Hun achterpoten zijn blauw en het lijkt net alsof ze een spijkerbroek aan hebben.  In het Engels wordt hij daarom ook wel Blue-Jeans Frog (Blauwe-Jeans Kikker) genoemd.”

Maar vooralsnog zie ik nog niks. Dat er dieren zijn, is echter wel zeker.

Overal klinken namelijk prrrtt’s, iiiieeew’s en toktoktokken. Ik kijk om me heen, zoek, speur, tuur, maar ik ontdek niets. Zelfs een reiger op een tak zie ik pas als Ricardo hem aanwijst.

Als ik niet eens een reiger op een tak kan spotten, hoe moet ik dan een kikkertje van nog geen centimeter vinden? Heb ik een bril nodig? Zou mijn gids soms laserogen hebben? Bezit Ricardo bijzondere gaven, die alleen gidsen hebben?

Ricardo is bijna iedere dag op pad en kent iedere boom, struik, bloem en dier. Dat is zijn grote voordeel, want hij weet uit ervaring waar hij de dieren kan vinden. Maar voor iedereen die niet in Costa Rica woont, heeft Ricardo handige trucs. Ken de vormen. Je moet weten hoe de dieren eruit zien.

„De vorm, de grootte, de kleur. Als je dat weet, weet je waar je naar moet zoeken.” Ken het leefgebied. Ricardo weet van ieder dier in welke planten, struiken en bomen die te vinden is. „Aardbeikikkers vind je meestal dicht bij de stam van een boom op grondhoogte.”

Daarnaast moet je je oren open houden. Elk dier maakt een ander geluid. Door goed te luisteren, kun je het geluid peilen. Je hoeft dan alleen maar die kant op lopen en goed om je heen kijken.

Dieren hebben allemaal hun eigen gewoontes. Er zijn dieren die het liefst hoog in de bomen zitten, want daar zijn ze veilig. Er zijn dieren die alleen ’s nachts leven en overdag slapen.

Dat is handig om te weten; het heeft weinig zin om midden op de dag naar ze op zoek te gaan.

Witte vleermuizen van Costa Rica

Costa Rica natuur witte vleermuizen Er zijn dieren die zich onder palmbladen verstoppen.

De witte vleermuis bijvoorbeeld: die slaapt overdag het liefst onder een zelfgemaakte bladertent. Voorzichtig pakt Ricardo een breed blad. Er lijken wel een paar bolletjes katoen onderaan geplakt te zitten.

„Dat zijn slapende witte vleermuizen”, wijst Ricardo. „De vleermuizen knabbelen aan de nerf en vouwen het blad dicht. Lekker droog en beschut. Kom, we laten ze maar met rust.”

Het is dus handig om niet alleen de leefgewoontes van de dieren te kennen, maar ook alle bomen, struiken en planten. En dan?

„Dan kijk je naar afwijkende vormen in een boom of een struik. Misschien zie je wel een gekke bobbel in de boom hangen.”

Bobbels horen over het algemeen niet in bomen. Kijk naar bewegingen, vervolgt Ricardo.

„Als die bobbel bijvoorbeeld beweegt en het waait niet, dan zou dat wel eens een dier kunnen zijn, zoals een luiaard of een aap.”

Even later hebben we beet. Een knalrood, piepklein kikkertje: inderdaad zo rood als een aardbei!

2Arenal Volcano National Park

Costa Rica natuur Arenal

De aardbeikikker is schitterend, maar de roodoogmakikikker is de mooiste van alle kikkers in Costa Rica.

De kikker heeft knalrode ogen, een lichtgroene kop en rug, een witte buik, rode vingers en blauw met gele benen. Ik weet inmiddels dat ik er wel wat voor moet doen, om hem te zien te krijgen.

De beste plek is in het midden van het land, in de jungle bij de Arenal. Dit is een populair toeristisch gebied rond een van de mooiste vulkanen van het land.

Ecocentre Danaus

Het ecocentro Danaus is een nieuw bos.

Een natuurorganisatie kocht hier een stuk landbouwgrond en liet het een paar jaar met rust. Al snel nam de jungle het weer volledig over, en in het kielzog van het bos kwamen allerlei dieren. Het pad door de jungle is modderig.

Af en toe blijft mijn schoen vastzitten, glijd ik bijna uit en zoekt mijn gids een andere route om grote modderpoelen te ontwijken. Soms stopt hij en wijst hij naar een bloem, een boom of een liaan, die vanuit de hemel lijkt te komen.

Een makkelijke klus is het niet, want deze kleine nachtkikker is overdag nergens te bekennen. Maar mijn junglegids kent dit deel van de jungle net zo goed als de binnenkant van zijn broekzak. Niet veel later staan we bij een tropische plant.

Roodoogmakikikker van Costa Rica

Costa Rica natuur roodoogmakikikker

„Zie je hem?”, vraagt hij me, en kijkt me lachend aan.

Ik tuur, zoek en speur… maar hoe ik ook kijk, ik kan de roodoogmakikikker niet vinden. Een kikker met knalrode ogen, een lichtgroene kop en rug, een witte buik, rode tenen en vingers, en blauw met gele zijkanten en bovenbenen, die moet toch snel te spotten zijn in zo’n groene plant?

Maar nee… niets…

Mijn gids laat me niet langer in spanning en wijst naar iets groens. Het lijkt op een… bobbel. Serieus? Is dat groene bobbeltje de kleurrijke kikker waar iedereen het over heeft?

„Hij is goed gecamoufleerd, hè?”, zegt de gids. „Hij slaapt. Hij hangt met de zuignapjes aan zijn poten aan het blad. Daar verstopt hij zich voor de vogels en tegen de zon. Pas tegen zonsondergang komt hij eronder vandaan. Dan begint hij te zingen, om vrouwtjes te lokken.”

Voorzichtig schudt de gids aan het blad.

En dan… ontwaakt de kikker. Hij opent zijn ogen en meteen begrijp ik waarom hij roodoogmakikikker wordt genoemd. Dan komt hij een stukje overeind, zodat zijn rode tenen en vingers en zijn blauwe bovenbenen goed te zien zijn. Als betoverd kijk ik ernaar.

„Felle kleuren zijn de dierenwereld een waarschuwing. ‘Pas op, ik ben giftig.’ Maar de roodoogmakikikker is niet giftig. Hij heeft felle kleuren om zijn vijand te verwarren”, legt de gids uit.

In dat ene verwarmomentje neemt de kikker gauw de blauw-met-gele-bovenbenen. Hij is dus niet alleen mooi, maar ook slim!

3Gandoca Manzanillo National Wildlife Refuge | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Gandillo

De dieren van Costa Rica mogen er dan betoverend mooi uitzien, het land zelf is ook een plaatje.

Zoals het nationale wildreservaat Gandoca Manzanillo aan de Caribische kust. Het ligt tegen de grens van Panama, in het zuidelijkste puntje van Costa Rica. Gandoca Manzanillo is letterlijk oerwoud: het stond er al toen Columbus Amerika ontdekte.

Het reservaat ziet eruit als een ansichtkaart. Het strand heeft wit zand en palmbomen, op de blauwe zee kabbelen lieflijke golfjes.

„Mooi he?”, zegt mijn gids. Guyla komt oorspronkelijk uit Duitsland. Nadat hij hier twintig jaar geleden verzeild raakte is hij nooit meer weggegaan. „Mooi en dodelijk.”

„Deze strandappelboom bijvoorbeeld”, wijst Guyla naar een mooie boom met frisse groene vruchten en een breed bladerdek met veel schaduw. „Die vruchten zorgen voor misselijkheid en hoofdpijn en je moet nooit onder een strandappelboom schuilen, want de bladeren geven gif af.”

Of die kokospalm dan.

„Elke boom produceert negentig kokosnoten per jaar. Een kokosnoot weegt een paar kilo en komt van twintig meter hoog naar beneden suizen.”

Inderdaad zie ik er honderden liggen, overal verspreid. „Kokosnoten doden jaarlijks meer mensen dan vliegtuigongelukken”, zegt Guyla droog.

Toch maar even kijken waar ik loop.

Die blauwe zee? „Er zijn hier gevaarlijke stromingen die je naar zee trekken.”

Het witte zand dan? „Ja, het zand is ok.”

Costa Rica natuur Gandillo

En we moeten nog de jungle in. Wat ligt daar dan op de loer?

Groefkopadders bijvoorbeeld”, zegt hij terwijl we het bos inlopen. „Ze zijn perfect gecamoufleerd en giftig. Je staat er nu naast een.”

Op nog geen meter afstand zit een slang, onzichtbaar op een boom. Hij kijkt me recht aan. Zijn tong flitst in en uit zijn bek.

Guyla bukt zich naar de grond en pakt een duizendpoot, die kronkelend tegenstribbelt.

„Ruik eens”, reikt hij het insect aan. Die geur…het lijkt wel marsepein, of amandel. „Dat is cyanide. Een prima afweer tegen hongerige vogels.”

Met een stokje poert Guyla in de bast van een boom. Meteen komen een grote, boze mieren uit.

„Dit zijn kogelmieren, die hebben de meest pijnlijke beet op aarde. Ik ben ooit gebeten en toen lag ik tien minuten knock-out op de grond.”

De mier wordt in de Amazone gebruikt voor initiatierituelen bij indianenstammen. Jongens die een man worden, steken hun hand in een mand met een paar kogelmieren en mogen geen kik geven. Even later staan we voor een grote berg aarde.

„Dit is een nest bladsnijdersmieren. Zo’n nest is wel twintig vierkante meter groot en gaat metersdiep de grond in.” Guyla stampt en even later komen er driftig mieren naar boven. „Dit zijn de soldaten, die het nest komen verdedigen.”

Behendig pakt hij zo’n soldaat tussen zijn vingers en toont de kaken, die venijnig de vijand proberen te grijpen. Met zijn andere hand pakt hij een tak en houdt hem voor de mier, die er meteen zijn kaken er in zet.

Terwijl Guyla zijn hand draait, blijft de tak gewoon hangen. Alles lijkt hier elkaar naar het leven te staan. Wat verder zien we een reusachtige klimop die een hele boom heeft verzwolgen. De boom is al lang geleden vergaan, alleen de klimop staat er nog. In het midden is nu een perfect ronde leemte.

Niet alles is eropuit om je om te leggen hoor, zegt Guyla lachend. „Dit termietennest bijvoorbeeld”, wijst Guyla. „Termieten zijn geen mieren en je kunt ze eten. Hier, proef maar.” Inderdaad, ze smaken een beetje naar nootmuskaat. Het bos kan je voeden.

„Lianen kun je afhakken voor zoet drinkwater, de jonge bladeren van de hibiscus zijn lekker als sla, de bast van de kinine-boom is goed tegen koorts en ga zo maar door. Een bos is een supermarkt.” Het bos staat vol met geneeskrachtige planten.

„Deze peperplant bijvoorbeeld of daar, citroenkruid. Of deze, cacaoboon. Als je een wond hebt, smeer je de schil erop. Die sluit de wond hermetisch af en is antiseptisch. Na een paar dagen is je wond dicht. Het bos doodt en het bos heelt. Als je maar weet waar je moet kijken.”

4Uvita | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Uvita

Je moet in Costa Rica rekening houden met de kleinste dieren, snap ik inmiddels.

Nietsvermoedend stap ik op een avond de badkamer binnen van mijn tent (nummer zes). Ik logeer in Rio Tico Safari Lodge in Uvita, een klein plaatsje aan de Pacifische kust. Na een dag in de jungle wil ik even douchen.

Ik trek het douchegordijn opzij en zie dat ik niet alleen ben. Verbaasd zie ik een handjevol mieren over de rand van de muur lopen. Er zijn grote en kleine bij, maar het is duidelijk dat de grote de kleintjes opdrachten geven.

Sommigen wagen zich over de rand en glibberen over de gladde douchetegels naar beneden. Het worden er ook steeds meer. Door een gat onder de wastafel stromen ze naar binnen; het lijkt wel een scene uit een slechte insectenfilm.

Wie in een tent slaapt, kan de natuur binnen verwachten, maar ik stel mijn douchebeurt toch maar even uit. Dan maar een duik in de rivier. Van de eigenaar begreep ik dat de mieren eerder op de dag in tent vier en vijf zijn geweest.

„Iedere zomer komen ze terug”, vertelt de Nederlandse eigenaar Cees. „Het zijn legermieren. Ze overvallen alles op hun weg, nemen alles in beslag, doden en nemen het mee. De grote zijn een soort toezichthouders. De kleintjes moeten doen wat ze wordt opgedragen. Als ze hun taak niet goed uitvoeren, doden de grote de kleine mieren.”

De natuur is hard, keihard. Dat ondervindt ook een grote, dikke spin. Hij is uit zijn huisje gedreven. Ook daar maken de legermieren schoon. „Als hij niet vlucht, doden ze hem en nemen ze hem mee.”

De spin neemt de poten. Dat gaat best snel als je er acht hebt. Iets minder geluk hebben mieren van een andere soort. Ze worden aangevallen, gedood en afgevoerd. De legermieren doorzoeken alles en ze vinden ook alles.

Een paar legermieren loopt met iets wits op de rug de tent uit. Het lijkt op een rijstkorrel, maar het blijken larven van andere miersoorten te zijn die in de bamboe stoelen zaten. Gedood en afgevoerd.

Inmiddels zitten de legermieren overal. Het zijn er duizenden en duizenden. Ze zitten in de kledingkast, op het tentzeil, op het plafond, op het bed, in mijn rugzak, op het nachtkastje, in mijn schoenen, in mijn toilettas…

„Vannacht krijg jij een andere tent, want deze schoonmaakbeurt duurt nog wel een paar uur”, zegt Cees. Snel -ik wil niet gebeten worden- pak ik alleen mijn tandenborstel en tandpasta. De rest van mijn spullen laat ik liggen, want ik wil natuurlijk niet de halve kolonie meenemen naar mijn nieuwe slaapplaats.

En terwijl ik als een prinsesje slaap, wordt mijn tent grondig schoongemaakt. De volgende ochtend ligt tent nummer zes er verlaten bij. De tent is helemaal schoon, er is geen kruimeltje te bekennen. Alle mieren zijn verdwenen.

„Ze zijn naar ze hun volgende schoonmaakklus”, zegt Cees hoopvol. Tent nummer zeven misschien?

5Monteverde | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Monteverde

Een van de grootste attracties van Costa Rica zijn de vogels. Er leven honderden soorten. De een is nog mooier dan de andere en ze hebben zulke felle kleuren dat ze een feest zijn om te zien.

Papegaaien en ara’s in fel rood en helder groen, toekans met enorme gele snavels, en natuurlijk kolibries, die piepkleine, hyperactieve, glinsterende wondertjes.

Maar de aller-aller-allermooiste? Een vogel die zo mooi is en die zo’n exotische naam heeft, dat hij wel uit een andere wereld lijkt te komen? Dat is de quetzal.

En als je er een dier is in Costa Rica waar je voor moet werken, dan is het deze wel. De quetzal leeft in nevelwoud. Dat zijn wouden tegen de hellingen van vulkanen. Wolken uit de Stille Oceaan botsen hier tegen de bergen.

Ze creëren zo een bos waar, nou ja, altijd nevel hangt. Het mooiste nevelwoud is dat van Monteverde Cloud Forest Biological Preserve. Het ligt aan het eind van een eindeloos slingerende weg door de vulkanen, hoger en hoger tot ik bijna geen hand voor ogen meer zie door de mist.

Bij de ingang van het park staan gidsen in regenpak te wachten op klanten. Ik weet inmiddels dat mijn spot-vermogens niet om over naar huis te schrijven zijn. Dus neem ik gids Antonio in de arm voor een tochtje door het park.

Het nevelwoud is een sprookjesachtig bos waar ik niet verder dan tien meter zie. Tussen de flarden zie ik dikke woudreuzen die volhangen met lianen, klimop, orchideeën en bromelia’s.

„Op zo’n oude boom leven wel 25 verschillende soorten planten”, zegt Antonio. „Ze onttrekken geen voeding aan de boom en leven in perfecte symbiose.”

Soms fladdert er iets voorbij, de mist in. Een quetzal? De paden in Monteverde zijn goed verzorgd en dus staan we een half uurtje later al midden in het reservaat. Antonio houdt zijn hand op en fluistert: „Shhh. We hebben beet.”

Het pad staat vol vogelaars die door telescopen staan te kijken. Af en toe kijken ze op. Ze hebben een volkomen gelukzalige blik. Ze zien eruit alsof de wereld van hun mag vergaan; zij hebben hun doel bereikt.

Antonio volgt hun blik en pakt zijn telescoop. Na een paar momenten fluistert hij: „ik heb hem. Kijk.”

Nu ben ik geen vogelaar. Ik zie niet eens een reiger op een tak.

Costa Rica Monteverde quetzal

Maar de vogel die ik nu door de lens zie…dat kan gewoon niet.

Leeft dit op onze planeet? Het lijkt alsof de quetzal licht geeft. De vogel heeft een diepblauwe rug die overgaat in een groene glans van veren, die als een soort koninklijke mantel over zijn dieprode borst heen vallen.

Zijn ronde koppie heeft een kroon van kleine veertjes. Hij kijkt ons parmantig aan. Alsof hij heus wel weet dat hij de mooiste is. De wereld kan ook wat mij betreft nu vergaan.

Bat Jungle | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Monteverde vleermuizen

Terug beneden in het dorp breng ik een bezoek aan een van de beste attracties hier in Monteverde. In de Bat Jungle leeft de tegenhanger van de quetzal, een dier dat de meeste mensen eng, vies en gevaarlijk vinden.

Gids Wim De Backer (alias ‘mister Batman’) geeft gepassioneerd uitleg over het minst begrepen dier ter wereld. Hij toont me hoe de vleermuizen in Bat Jungle leven. In een donkere ruimte leven hier een stuk of tachtig vleermuizen achter glas.

„Vleermuizen zijn juist helemaal niet gevaarlijk”, roept hij gepassioneerd. De jonge Belg is twaalf jaar geleden naar Costa Rica gekomen om onderzoek te doen naar vleermuizen. „Ze zijn zelfs onze beste vrienden.”

Beste vrienden? Dat verdient uitleg, want vleermuizen hebben een slechte naam: ze zouden ziektes verspreiden, mensenbloed drinken…

„Dat komt door de media en door al die Hollywoodfilms over bloedzuigende vampiers”, antwoordt De Backer stellig. „Ze eten duizenden insecten per nacht. Als je vleermuizen in de buurt hebt, zul je nooit last van muggen hebben. Ze bestuiven bloemen en planten en zijn daarin belangrijker dan bijvoorbeeld bijen.”

Zonder vleermuizen heeft de wereld echt een groot probleem, verzekert De Backer.

6Corcovado | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Corcovado

Het is biologisch gezien ‘de meest intense plek op aarde’, aldus National Geographic.

Nergens anders vind je zo veel soorten dieren op zo’n klein oppervlak. Corcovado National Park is misschien wel het meest bijzondere natuurgebied in Costa Rica. Natuur kijken is in Costa Rica goed geregeld en bij de meeste parken kun je met je huurauto zowat naar binnen rijden.

Maar Corcovado bereiken is best wel een onderneming. Het meest afgelegen park van het land ligt op een schiereiland in de Stille oceaan en is alleen via de zee bereikbaar. Dat betekent een boottocht van een paar uur vol gas en gegarandeerd een houten kont van het gebonk. Maar dan heb je ook wat.

Vanaf ons bootje ziet het Nationale Park Corcovado eruit als een perfect tropisch plaatje: schitterende afgelegen baaien met wuivende palmbomen, groene jungle met kleurrijke papegaaien en witte stranden waar de golven van de Stille Oceaan kalmpjes tegenaan kabbelen.

„Het ziet er mooi uit, inderdaad!”, roept mijn gids Faustino boven de motor uit. „Maar in die blauwe kreek daar zwemmen hongerige krokodillen en heel agressieve stierhaaien.”

„En die witte baai daar is bij hoogtij afgesneden van het kustpad, zodat je de nacht in de jungle moet doorbrengen als je te laat bent”, roept hij. „Als het pad al begaanbaar is, want meestal zijn dat dampende modderpoelen”, zegt de ervaren gids. „Dus geniet nog maar van de frisse zeebries!”

De bootsman zoekt voorzichtig een plek tussen de rotsen om aan land te gaan. Het motorlawaai pruttelt weg en wordt overstemd door het geruis van de golven en getjirp uit de jungle.

We waden door het warme water naar het strand, banen ons een weg door de duisternis onder de bomen. Faustino loopt voorop, maar al na een paar passen staat hij stil en wijst hij naar dicht struikgewas.

Ik kijk, hoor gekraak en geritsel en… zie nog net iets wegrennen, een grote donkere schim.

„Een tapir”, fluistert Faustino. „We hebben hem gestoord in zijn middagdutje. Wacht maar, we komen er nog wel een tegen”, zegt hij. „Dat beloof ik.”

Dat hoop ik maar, want een tapir is het grootste landdier van Midden-Amerika en staat hoog op mijn lijstje. Deze verre verwant van de neushoorn kan wel 400 kilo zwaar worden en twee meter lang.

De pootafdruk die Faustino laat zien is al indrukwekkend: drie tenen die diep in de modder steken. Maar ondanks dat hij zo groot is al een tank, is een tapir moeilijk te spotten. Overdag zoekt hij een beschutte plek op om te slapen en probeer hem dan maar eens te vinden in dit groene doolhof.

Pas bij zonsondergang komt hij tevoorschijn om te grazen. Opeens klinkt er weer geritsel. Even staat mijn hart stil… zou het een tapir kunnen zijn? Eentje die trek heeft in een middagsnack?

Costa Rica natuur Corcovado Nee, het is geen tapir.

Voor onze ogen trekt een grote groep coati’s voorbij. De witsnuitberen scharrelen met hun lange neuzen over de junglevloer, wroeten onder boomstammen, in nesten en andere interessante holen, op zoek naar eten.

Net zoals andere kleine beren zijn het alleseters. Spinnen, duizendpoten, insecten, muizen kikkers, hagedissen, noten en vruchten: er staat van alles op het menu. Vandaag zijn het landkrabben. We horen overal een smakelijk gekraak, van verse krabben die niet op tijd konden wegkomen. Dan ineens is er grote onrust.

Binnen een oogwenk schieten alle coati’s in de bomen, hun instinct bij gevaar. Even is het onduidelijk waarom de beertjes zo in paniek zijn. Dan volgen we hun blik en zien we de reden: er staat een mannetje recht tegenover een groot vrouwtje.

„Om inteelt te voorkomen worden jonge mannetjes op een gegeven moment uit de groep verjaagd”, fluistert de gids. „Dit mannetje heeft de boodschap nog niet begrepen.”

Er volgt een kort gevecht met veel geblaas en gegrom. Het mannetje druipt af, het alfavrouwtje heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn eigen weg moet zoeken. De rust keert terug in de groep en een voor een klimmen de beren uit de bomen om verder te scharrelen. Al die tijd hebben ze ons volkomen genegeerd.

„Ze vinden een familieruzie veel interessanter dan menselijke bezoekers. Dat toont wel hoe ongerept de dierenwereld hier is”, zegt Faustino. Een paar minuten lopen verder worden we bedolven onder een lawine van bladeren. „Een groep slingerapen in het bladerdek”, wijst Faustino naar boven.

Ze zwaaien van tak naar boom, stoppen even om ons te bekijken, en slingeren dan verder. Nog geen tien meter verder klautert er een groep brulapen door de takken.

„Dat is niet ongewoon”, zegt Faustino. „Als je de ene soort ziet, is de andere vaak nabij. Ze trekken samen op voor de veiligheid. Met zijn allen kunnen ze een jagende adelaar of jaguar eerder spotten.”

Ons wandelpad loopt parallel aan de oceaan en op het moment dat we het strand op lopen, wordt Faustino onrustig. Hij loopt sneller, bukt zich, kijkt in het struikgewas en loopt verder.

Costa Rica natuur CorcovadoOok ik word onrustig. Ik houd Faustino goed in de gaten en ik merk dat ik mijn adem inhoud als hij naar een paar struiken wijst en grijnst.

„Ik zei toch dat je een tapir zou zien.” Ik loop zachtjes achter Faustino het dichte gewas in, met mijn hart ergens in mijn keel. Dan buk ik me en kijk recht tegen een paar enorme tapirbillen aan, zo dichtbij dat ik ze bijna kan aanraken. Is hij niet bang voor ons?

„Nee, daarvoor is het hem te warm”, zegt Faustino. „Trouwens, waar moet hij bang voor zijn? Hij dendert zo over je heen.”

Nooit geweten dat ik zo blij kon zijn met een paar dikke harige billen met een staartje. De rest van het enorme lichaam zie ik nauwelijks. Het maakt niets uit, want het zijn wel de dikke, harige, slapende billen van een tapir, een van de diersoorten in Costa Rica die het moeilijkst zijn om te spotten.

7Marino Ballena | Costa Rica natuur

Costa Rica natuur Marino Ballena

Costa Rica kent veel tropisch regenwoud. Maar vergeet tijdens je natuurreis ook de zee niet. Vlakbij Corcovado, In het nationale park Marino Ballena in de Stille Oceaan.

Hier leven veel walvissen. Elk jaar trekken hier bijvoorbeeld bultruggen langs, op hun tocht langs Noord- en Zuid-Amerika. In Marino Ballena zijn ze zo dicht bij de kust, dat je ze vanaf het strand kunt zien.

Ongelooflijk maar waar: de kust van Marino Ballena ziet er vanuit de lucht uit als de staart van een walvis! In zee leven wel 25 soorten dolfijnen. Soms vormen die ‘megapods’ van wel 200 dolfijnen. Op een dolfijnentocht zwemmen ze soms met je boot mee en springen ze uit het water.

De beste dolfijnentour is die van Divine Dolphin in het dorpje Drake. De Amerikaanse dolfijnenfreak Sierra Goodman doet hier al zo’n twintig jaar onderzoek naar dolfijnen en weet tijdens de tocht alles te vertellen.

Zelf een Costa Rica natuur avontuur beleven?

Boek zelf een Costa Rica rondreis:

  • In Tortuguero liggen een aantal hotels waar je kunt verblijven. Ze liggen midden in de jungle en je hoeft alleen maar naar buiten te stappen.
  • Costa Rica kent ook veel dierentuinen en opvangcentra. Beroemd is bijvoorbeeld het Sloth Sanctuary in Cahuita, waar luiaarden worden opgevangen. De berichten rond dit soort opvangcentra zijn niet unaniem positief. Daarom zijn ze hier buiten beschouwing gelaten. In dit artikel zijn alleen natuurparken genoemd waar dieren in de vrije natuur leven.
  • Je kunt in Corcovado alleen overnachten in een rangerstation, waar ook de parkwachters wonen. Het enige dorp in de buurt met goedkope hostels is Drake. Ook Drake ligt afgelegen en is alleen bereikbaar met de boot vanuit het dorpje Sierpe.

Kaart Costa Rica natuur park

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here